ZUIDWAARTS
Addendum
Voor de trouwe lezers, geen dagelijkse voettochten meer maar een wekelijks verslag van mijn leven wat zich voortzet in een land waar ik weliswaar op de eerste dag de taal vloeiend sprak, maar dat zich kan wentelen in een andere cultuur.
De Rijn en de Maas oversteken geeft reeds deze sensatie in bepaalde mate, maar hier aan de Schelde treft men de beste bieren, op de tap, Britse beleefdheid en een gezond wantrouwen richting alle andere Europese naties die het nodig vonden om in het verleden hier oorlog te komen voeren.
De verhalen spelen zich momenteel af in het verleden, beginnende met mijn zoektocht eerder dit jaar naar een woning en de eerste maanden in België. Ik zal langzaam toewerken naar de tegenwoordige tijd. Als u wilt weten hoe het nu met me gaat, kunt u mij bellen.
Bilbao
Om een hoge berg te ontwijken, duik ik vanaf de kust de snelweg op richting Bilbao. Best link af en toe, met name bij een paar flyovers met afslagen. Maar ik moet mijn krachten sparen…
Twee politieautos’s zijn al gepasseerd, ik loop tegen het verkeer in over de vluchtstrook. De derde is blijkbaar iets achter mij gestopt want ik hoor een fluitje. Ik doe alsof ik het niet hoor totdat het geluid vlakbij komt en ik draai me om.
Identificeren, daarna wordt er ruimte gemaakt tussen pionnen enzo voor mijn plunjezak. De agenten rijden mij naar de top van de berg waar een passarel begint van hout met een magistraal uitzicht over de stad.
Aan het einde van de passarel ligt een leuke uitspanning met een terras vol jongelui. Ik neem een bakkie en eet wat. Dan een vreemd stuk, echt zo’n grootstedelijke rafelrand met krakkemikkige hutjes, rommelige tuinen en oldtimers. Daarna volgt een lange, uiterst steile kiezelwaterval waar ik om de zoveel stappen balanceer op een rollende steen. Ik stap zoveel mogelijk op het schaarse onkruid wat er soms tussen omhoog komt. Onderaan de berg steek ik een parkeerplaats over en kom vrij snel over een brug het centrum binnen. Ik bel de beheerster van de B&B om mijn tas binnen te kunnen zetten. Hoewel zij mij per email heeft beloofd dat dit mogelijk zou zijn, kan het opeens niet meer. Nadat ik haar herinner aan haar schriftelijke toezegging, poeiert ze me af. Nadat ik heb opgehangen, brul ik “bitch!”.
Het lijkt erop dat ze dit toch gehoord heeft want later annuleert ze mijn boeking want ze wil mijn “attitude” niet in haar appartement. Daarnaast eist ze opeens een borg die in de voorwaarden zou staan quod non. Ik slenter wat kroegjes af en bel Booking in Londen. Enige telefoontjes verder krijg ik groen licht voor een nieuwe boeking op kosten van Booking met een aanzienlijk hoger budget. Zo kom ik in een chique, gedeeld appartement waar ik alles weer eens was, inclusief mijn slaapzak, kook en heerlijk slaap.
Bij aankomst staat er tevens een Zweeds stel te wachten voor de statige entree met portier en we maken ons alledrie zorgen om irisscans waar de EU bij de grenzen mee wil gaan “experimenteren”.
De volgende dag begint met een prachtige wandeling over een boulevard langs de noordelijke oever van de rivier met joggers, wandelaars en dierenuitlaters. Iets voor de zee brengt een authentiek kabelbaantje me naar de overkant en dan volg ik de kustlijn weer.
Op naar halte Santander.
Rebellie
Dit is geen wetenschappelijk artikel met bronvermeldingen, maar uit het leven gegrepen.
Een Israëlische professor die de Dode Zeerollen heeft gelezen, kwam tot een totaal andere conclusie over het bijbelverhaal aangaande Abraham/Ibrahim en het offeren van zijn zoon. Welke van de zoons, daar verschillen de geloven over van mening.
Echter deze openlijk homoseksuele professor die later vermoord zou worden door een extreem-rechtse landgenoot, in Jeruzalem, geëxecuteerd, doodstraf zonder proces, heeft de teksten vertaald en kwam tot hetvolgende.
Abraham/Ibrahim weigerde zijn zoon te offeren. Hij stond op tegen de Allerhoogste. Hij rebelleerde, protesteerde en gehoorzaamde niet.
De genoemde professor kwam tot de conclusie dat de kern van het geloof ongehoorzaamheid is. Wat ik dit weekend al zei: eigen verantwoordelijkheid in het verlengde van de eigen vrijheid, is wat ons mens maakt.
We hoeven niet zo heel ver terug te kijken, misschien zelfs naar vanmorgen, om te zien dat ge- en verboden er soms naast zitten en dat het onze verantwoordelijkheid is om juist níet te gehoorzamen. Aan ouders, de staat, oom agent, mensen met het vingertje.
En als Abraham/Ibrahim op durfde te staan tegen de Almachtige, kunt u dat zeker tegenover de mindermachtigen. Door eerlijk te zijn, vastberaden, barmhartig en heldhaftig. Trouw kunt u zijn aan de idealen uit uw kindertijd. Laat u niet intimideren of kleineren maar sta voor uw waarden.
Op naar Pasen.
Filosofie Z
Generatie X ben ik, na de babyboomers en de patatgeneratie. Voor alle duidelijkheid: een generatie is vijfentwintig jaar. Generatie X is opgegroeid tijdens de ICT-revolutie, van het laden van drie cassettebandjes op de Comodore 64 om een spelletje te spelen, via Phillips, naar Windows en Apple.
Dit is levende geschiedenis. Geen enkele bewondering voor AI, dat kan een vierjarig kind, maar laten we blijven opletten.
Nu we over the hill zijn van de technologische revolutie, we wachten op de volgende, is het meest fascinerende dat de techborn, de technisch geborenen, een totale afkeer hebben van een der hoofdvakken van de wetenschappen, de Geschiedenis.
“Wat al gebeurd is, interesseert me niet.”
Een openbaring en een opstapje om deze vooral niet te herhalen, onze racistische, koloniale, imperialistische, fascistische, kapitalistische en acherlijke historie met mooie woorden vergoeilijkt in Europese salons onder het zogenaamde juk van de Weltschmerz.
Europa heeft wat goed te maken, heel wat. We mogen blij zijn als onze karma er niet toe leidt dat we straks plees staan te bikken in Sudan.
Laten we de geschiedenis vooral niet nogmaals herhalen. “Alles is al gezegd, maar omdat niemand luisterde, moet het nog een keer gezegd worden.”
Generatie Z gaat de strijd aan, in Bangladehs, in Marokko, in Venezuela, in Iran en bij Xtinsion Rbellion. Wij beleven de Great Awakening.
Geniet van uw dag maar bid voor uw achterachterkleinkinderen en handel daarnaar, Zing, vecht, huil, bid, lacht, bespaar en bewonder.
Mohammed (vzmh) was een Feminist
In de zevende eeuw kwam de laatste profeet op voor de rechten van de vrouwen. Jezus, Isa, had eigenlijk maar één boodschap: liefde. Hij zei niks over condoomgebruik.
Er zijn ook onzichtbare profeten die in stilte hun signalen ontvangen en behoedzaam delen, tactisch.
Boedha was een masochist, voor Nietsche was het lijden geen keuze maar wel een openbaring.
We moeten het verleden echter niet bevriezen, in beton gieten. We weten meer, ontwikkelen, verbeteren, ook al is het soms moeilijk te zien in de chaos van het late imperialisme en misschien wel kapitalisme.
Als je uitgekeken raakt op materialisme, verstrooing, machtswellust, imago, doemt er interesse op voor andere zaken zoals kunst, religie, spiritualiteit, intermenselijkheid.
Myhtologie, sagen en legenden, religieuze en seculiere geschriften kunnen een enorme inspiratie zijn en steun, juist in moeilijke tijden.
We kunnen ons echter nooit verschuilen achter een wetboek, een heilig boek of achter de woorden van een priester, imam of shamaan. Op ieder moment van keuze in het leven hebben wij allemaal een persoonlijke verantwoordelijkheid op basis waarvan wij zo onbaatzuchtig mogelijk een richting dienen te in te slaan. Het beste is zo’n beslissing te nemen preëmotioneel en precognitief. Daarnaast kunnen honderd redenen om iets te doen, overklast worden door één andere om het te laten.
Neemt u eens een kijkje in de kelders onder de straat in Zürich waar de grote banken samen hun goud bewaren: u komt tot de conclusie: er is genoeg voor iedereen. Jezus toverde niet van zoveel naar zoveel vissen, maar bewoog alle aanwezigen ertoe hun zakken leeg te halen en er volgde een feestmaal.
Vervolgens stierf hij onder meer voor uw zonden. Vooral uw slachtofferloze zonden. Zolang u niemand schaadt, doet u vooral waar u vandaag zin in heeft.
Ramadan Kareem.
Waarheen, waarvoor
Na Pisa gaat het richting Genua, waar mijn oom geboren is. Ik kom langs “Gandhi Kebab”. In La Spezia slaap ik bij de Capucijners, in het gigantische kloostercomplex zie ik er twee. Dan als de kust westwaarts trekt, volgt een prachtig wandelpad langs zee wat deels door voormalige spoortunneltjes loopt wat ik een hele tijd volg. Bij Menton kom ik Frankrijk binnen.
Ergens in het binnenland van de Provence loopt een bekend caminopad maar ik kies ervoor de Côte d’Azur te volgen welke sinds de “ontdekking” door de Britse adel in het begin van de twintigste eeuw de plaats om te zijn is van Europa. Er werd zelfs een spoortje aangelegd vanaf Marseille naar Nice, in welke laatste plaats je langs de Mediterranée kunt lopen op de Boulevard des Anglais.
Munegu, Monaco, waar de haven vol ligt, het prinsdom vol beton staat, en de volle terrassjes ongastvrij worden geserveerd door verveeld kijkend personeel. Cannes, veel bedelaars, waarschijnlijk werkloze acteurs, Juan les Pins, Marseille waar een waaghals met zijn motor een wheelie maakt langs de terrasjes.
Om even tot rust te komen ga ik via Nîmes met de Flixbus naar Porto a cause d’amour voor een dag of vijf. Ergens bij de Frans-Spaanse grens zegt een Noord Afrikaan die reist met een plastic tasje: “Tu es trop jeune pour monter le bus.” Het was natuurlijk al donker op dat moment.
Daarna loop ik min of meer vast in Carcassonne waar ik een dag of vier verblijf, het bolwerk van de Katharen met een gigantisch kasteel die zijn uitgeroeid door kruistochten en inquisitie. Mijn geld is op, de stemmen in mijn hoofd drijven me tot waanzin, regelmatig denk ik erover uit een hoog raam te springen of om met drie liter wodka in mijn maag de zee in het lopen. Tot in detail.
Enige troost is het eten, Franse Taco’s en salades bij een Spaanse immigrant die is begonnen hier op de wijngaard van een gepensioneerde Nederlander die ik aantref in het restaurant van de Spanjool met zijn kleinzoons. Met enige overreding weet ik wat inkomsten naar voren te halen en durf ik het weer aan de wildernis in te gaan waarin bij wijze van uitzondering Toulouse opdoemt waar ik weer wat zuurstof krijg. Plat plat platteland, het wordt pas weer druk in Saint-Jean-Pied-de-Port waar ik Adrien ontmoet, geen pelgrim, wel een wandelaar. We blijven daar twee nachten.
Wederom veel regen, op weg naar Irun. Maar ja, de Caminogeest beschermt je en één van die dagen net als ik onderkoeld raak, duikt er een supermarkt op. Snel wat chocola erin. San Sebastian stond al lang op mijn lijstje, mede omdat het goed bereikbaar is met de trein. Ik duik een spa in tussen boulevard en strand totdat ik naar mijn slaapplek kan, ik was hier trouwens ook aan het rondhangen op weg naar Porto op zaterdagavond tussen 23.00 en 3.00 tussen twee bussen in. In de Spa heb ik twee kluisjes nodig, het is een mooi complex wat samen met de casino’s honderd jaar geleden de Baskische stad tot een geliefde bestemming maakte voor de welgestelden. Dinsdag bezoek ik het Baskisch Museum wat dinsdags gratis te bezoeken is, zo blijkt bij de kassa. Ik blijf hangen wegens een door het midden gebroken kies die woensdag getrokken zou worden. De nacht erna heftige kaak- en hoofdpijn als de verdoving is uitgewerkt. Het duurt een uur voordat de ibuoprofen inslaat, maar na lijden komt verlossing. Nog steeds is het pokkeweer en als ik voor het hostel zit waar de weg steil omhoog de bergen ingaat terwijl het wassende water met bakken uit de hemel komt, kijk ik enorm opnaar de laatste etappe, de Camino del Norte, de zwaarste van de camino’s. Het regent hier in het groenste gedeelte van Spanje veel en vaak.
Volgende blog: (Rocky) Bilbao!
Und Warum?
Een stapje terug. Vrij snel aan het begin van mijn eerste camino kreeg ik het verzoek om meer te publiceren over mijn emoties en gedachten tijdens de wandeling. Ik heb er toen bewust voor gekozen om dit niet met meer dan duizend lezers allemaal te delen. Nu, achteraf, wil ik wel een tipje van de sluier oplichten.
De eerste dagen al voelt het erg onrealistisch en onlogisch. Je ziet auto’s en treinen voorbij razen, ziet de vluchten vertrekken vanaf Rotterdam-The Hague Airport. Iedereen met een creditcard en een paspoort kan binnen vierentwintig uur in Australië zijn. Maar dit gaat om de lange adem, het uithouden, onthaasten, reflecteren.
Hoewel ik uit een diep dal was geklommen de laatste zeven van mijn achttien jaren in Den Haag en was gereactiveerd, voor zover haalbaar, werd een en ander toch een sleur. Niet per se saai maar de uitdaging was eraf. Wat lonkte was het avontuur.
Aldus na een hoop gedoe om mijn rijbewijs op tijd verlengd te hebben, dat wilde ik geregeld hebben, trok ik op 15 mei 2023 de deur achter me dicht en wandelde naar de camping in de Delftse Hout. Tentje net op tijd geïnstalleerd, vlak voordat het ging regenen. Voor zover mogelijk rechtop zittend in mijn tent, contact met mijn ICT-diva Laura, het lukt me om binnen enkele uren mijn eerste verslag te posten.
Twee nachten in de regio Rotterdam, door de stad was erg leuk! In het buitengebied lopen is voor mij zwaarder. Dolblij al als ik een dorp binnenloop. Toen van Barendrecht naar Lage Zwaluwe, vijf uur, met nauwelijks ingelopen schoenen. ‘s Ochtends kwam ik van de blarenpijn nauwelijks het erf af van de kampeerboerderij. Op naar Oosterhout, door naar Breda zoveel mogelijk door zo hoog mogelijk gras lopende, iets verzachtend. Breda-Goirle in goed gezelschap gewandeld en dat leidt enorm af. Goirle-Vessem, de pelgrimsherberg, aldaar een rustdag, consult bij dokter van Bommel aan de overkant. Advies: eelt kweken.
Eind van de middag/rustdag komt er een Brabander via de nooduitgang en dus ongezien mijn kamer op om samen wat stoom af te blazen. Vanwege het feit dat Paul mee gaat lopen in Zuid Frankrijk, wat het begin zou hebben kunnen zijn van een relatie, wat het ook werd, voelde mijn tocht tegelijkertijd als mijn Europese Afscheidstoernee.
Valkenswaard, drie campings in Maasnogwat waarna Maastricht. Wachten in het park aan de rivier, een Maastrichtenaar die ik wat geld gegeven heb komt later terug uit de coffeeshopboot en bedankt me nogmaals. Hij heeft vroeger wel sterkere dingen gebruikt. Dag erna: Visé.
Ik krijg iets na de Limburgse Gouverneursresidentie een appje dat ik mijn tandpasta vergeten ben. Ik zal nog een potloodje kwijtraken, en op de allerlaatste dag omdat ik niet douche mijn electrische tandenborstel in de oplader bij het stopcontact laten staan. Verder ben ik nooit wat vergeten tijdens camino 1 en tijdens 2 en 3 helemaal niks.
Een lange inleiding naar het volgende. Ergens bij Eijsden blijft uit het vermelde appje de zinsnede door mijn hoofd spoken: “Je bent nu een man zonder vaste woon- of verblijfplaats.” Later zal blijken dat ik mijn huis niet aan de allerloyaalste vriend heb verhuurd, het zou een hoop problemen blijken op te leveren. Tegelijkertijd besef ik: alles wat ik nodig heb, zit in mijn rugzak. Ik ga Zuidwaarts, niet hetzelfde als Noordwaarts, wie doet me wat.
In de voerstreek begint het relëf en wordt het zo’n dertig graden ‘s middags. Na mijn eenzame nacht in het kasteel in Visé volgt Domaine de Wedgimont, nog een kasteel maar voor mij een slechts bescheiden kampeerplaats op het landgoed. In de ochtend naar Banneux. Maria niet gezien, maar het eerste bedevaartsoort in ieder geval bereikt.
België na een weekje uit, na Namur, waar Frankrijk twee door vanuit drie windstreken door Belgisch grondgebied omringde kerncentrales heeft geplant. Over over de schutting gooien gesproken. Saai tot Reims. Daarna Saai tot Vezelay. De rustigste streken van la Douce France begeef ik me anderhalve maand door. Elk dorpje heeft een bar-tabac, c’est ca. En eerlijk gezegd denk ik niet zo heel veel tijdens het lopen. Ik zing, zodat ik niet hoef te denken. Als er toch iets origineels opborrelt, schrijf ik het op voor mijn verslag.
Na twee geweldige weken met Paul in Zuid Frankrijk, treed ik in contact met Marokaanse Brusselaar en een Portugese Parijzenaar. Zij reizen no-budget. Dus kamperen, proletarisch winkelen, bukshag. Kampvuren, mooie discussies, broederschap. Op de Camino de Santiago geldt: “Take what you need, give what you can.” Naast dit canoniek recht schijnt er tevens seculier recht te bestaan en omdat we dat creatief interpreteren, heet ons clubje Camino Negro.
Nu een sprong naar het einde van camino 2. De laatste twee weken vrijwel continue regen. La Linea de la Concepcion naar Muxia. De laatste dagen liep ik tien uur per dag, bergen, hoosbuien, wind tegen, centimeters hoge stroom water die mij de hellingen af tegemoetkwam. Schuilend in een te ranzig bushokje op een stukje iets minder vies karton. Laatste dag helemaal geen afdakjes, pas na negen uur stappen een café waarin ik een tevergeefse poging doe om wat kleren te laten drogen. Echter ik wil de laatste vrijdag voor de Ramadan arriveren in Muxia en van vrijdag op zaterdag is er daarbij een belangrijk Hindoefeest waarbij de vierders de hele nacht wakker blijven. Uiteraard lukt het de geplande vrijdag te arriveren. Hele nacht wakker blijven lukte niet. Tijdens de laatste kilometers vloeien de tranen en gaat mijn leven met alle dappere acteurs en actrices erin als een film aan me voorbij. Ik buig mijn hoofd naar de aarde zodat mijn tranen privé blijven achter de rand van mijn hoed.
Oorspronkelijk plan was vanaf Santiago via Rome naar Jeruzalem te lopen. Meteen door en de drie grote roomskatholieke bedevaarten in één ruk doen. Er wordt echter nog drie weken hondenweer verwacht dus enkele dagen later zit ik in Venezuela. Armoede troef. Niemad leest één van de vier armoedige krantjes die er nog zijn. Mensen vechten voor een dollar per dag. Als je betaalt met twintig dollar, moet de kluis open voor het wisselgeld. Toch leeft het, mensen zijn ongelooglijk vrolijk en energiek.
Dezer dagen sterft na een levenslange aftakeling mijn ex-vriendin Freekje, Frederique. Caracas is heftig, heet, hemels en hels. Ik word apart genomen als de douanière ziet dat ik via Madrid naar Tel Aviv wil vliegen. Gelukkig heb ik mijn hoed afgenomen. Na een kwartiertje zweten mag ik door. Toch het andere uiterste van het spectrum.
Op het Zoroastrische Nohruz kom ik aan in Israël. Mijn rugzak is opengemaakt en niet goed dichtgemaakt, ik vermoed in Caracas. Even ben ik bang dat mijn medicatie verdwenen is. Moe, jetlagged, zwetend en in paniek. Ik wil gaan lopen vanaf het vliegveld maar de enige weg is de snelweg. Trein naar de stad. Het is Poerim. Dronken, verklede kolonisten zwalken over straat. In het hostel luidt ‘s nachts een alarm. Ik hoop op de schuilkelder, we zitten midden in de Gaza Oorlog, maar het is een loos brandalarm, meldt de beveiliger. Ik kruip weer in mijn stapelbed.
Paaszondag woon ik de mis bij in de Heilig Hartkerk rondom het graf van Jezus in Jeruzalem. Ik mag wat voorlezen op de kansel. Diverse zaken zorgen ervoor dat mijn derde camino uiteindelijk begin op het vliegveld van Athene. Wederom is de enige weg de snelweg. Na een kilometer dirigeert de poltie mij aan de andere kant van de vangrail verder te lopen. Befehl ist Befehl.
Vooral in Zuid Italië, wanneer het weer hard en veel regent, denk ik dagelijks in de natte duisternis tussen vier en zes ‘s ochtends: “Waar begin ik aan?”. Een half jaar buffelen voor de boeg, kloteweer, obstakels en frustraties en pijn tegemoetgaande…
Een jonge Afrikaanse gastarbeider op een brommer biedt me een lift aan. Dat ik beleefd weiger begrijpt hij niet, evenmin mijn verklaring. Zelfs voorbij Rome, met nieuwe schoenen die zorgen voor rug- en andere pijnen, wanhoop ik nog. Dusdanig dat ik een serieuze zelfmoordpoging doe.
Intensive care, vier dagen vastgebonden op bed, gevolgd door een week in de psychiatrische vleugel van ziekenhuis van Grosetto. Dan enkele dagen ambulant. Ze wilden me langer vasthouden dan beloofd. En dan kun je niet boos worden want dan krijg je er een diagnose bìj. Allerrustigst deelde ik mede: “Dat accepteer ik niet.”. Ik had al een slaapplek geboekt. Ik werd een uur later ontslagen. De laatste ambulante afspraak was ik absent, lekker om 4.00 gaan lopen richting Pisa, bekijkt u het maar in uw witte jas. Daar bij dat lullige scheve torentje opnieuw nieuwe schoenen gekocht, met hulp van Bert die op weg was naar Rome. Samen op de camping, in de wagen naar Pisa, nieuwe patta’s op kosten van mama. Ik heb ze nog steeds.
Volgende bespiegelingen binnenkort: Noord Italië, Côte d’Azur, Zuid West Frankrijk en de Camino del Norte.
Alle begin is moeilijk
Tussen alle dozen en her en der en schots en scheef staande meubels, maak ik mijn bed op en ga slapen, met een bevredigd gevoel dat de verhuizing geslaagd is ondanks alles en dankbaar voor alle assistentie.
Zondagmiddag om 12.00 uur staat alles op zijn plek in mijn studio met inloopkast. Geen direct zonlicht op de boekenkast, bureau naast de verwarming, klein trapje bij het raam zonder welk ik niet horizontaal uit het raam kan kijken.
U heeft twee jaar kunnen lezen over mijn pelgrimages naar Santiagio de Compostela. In dit vervolg zoom ik in op België en meer specifiek Vlaanderen en meer specifiek Antwerpen. Minder aangeharkt en gepolijst dan Nederland waar ik 48 jaar gewoond heb. Eigenlijk mijn hele leven op in Capetonian intermezzo na.
Goede voornemens genoeg aangaande mijn nieuwe leven. Het lukt me niet me in te schrijven bij BasicFit België met een Hollandse pinpas. Dus ik schrijf me in Nederland in en ga de eerste week dagelijks bij het ochtendgloren naar de vierentwintiguursvestiging, een half uur lopen. Ik heb nog geen wasmachine de eerste drie weken en ga meestal ongedoucht naar de sportschool anders blijf je bezig.
Je kan op een vastgeschroefde fiets trappen, zwaarte is instelbaar. Op een scherm fietst dan een man of een vrouw mee voor een greenscreen met op de achtergrond beelden van een te selecteren traject. Eén van die trajecten volgt een deel van de Côte d’Azur wat ik gelopen heb, minder exotisch: route Gouda-Oudewater. Te grappig.
Daarna train ik wat spiergroepen, overigens om af te vallen de verkeerde volgorde. In dat geval eindig je met cardio. Handdoekje over de toestellen, en na afloop in één van de massagestoelen. De sfeer in zo’n instelling is maar vreemd. Iedereen is nogal op zichzelf, nogal op zijn uiterlijk, en neemt het allemaal nogal serieus.
Een week later heb ik mijn abonnement opgezegd en als ik fitness, doe ik het lekker thuis.
Dinsdags is het nevendag in Rotterdam. Als ik aankom bij Max is hij niet thuis maar na enige minuten arriveert hij met zijn uitgekakte hond Pookie, wat in het Baha Indonesia “kut” bleek te betekenen. Geen punt voor een NewKidsfan. Later arriveren Luca en Marco. Technisch gezien behoren we tot verschillende generaties maar we houden het bij neven, niffo’s.
Marco leek het een goed idee om in een trampolinehal te gaan acrobateren, onderweg daarnaartoe worden we ingehaald door Stan op zijn motor. Ik stop na 2 minuten jumpen door een combinatie van mijn slechte conditie en mijn beperkte motoriek. Geen zin in een blessure. Ik neem wat koffie langs de lijn.
Verhuizing; levensevenement
Zaterdag de negentiende april emigreer ik dan. Helaas moest Bert’s zoon Guus donderdag al afbellen wegens een sportblessure. Een van de weinige jongere helpers. Zoals gewoonlijk ben ik vroeg wakker en tot mijn schrik belt ook Deny af die met van alles worstelt.
Aldus pak ik de badkamer- en keukenspullen in in de laatste dozen. Trek mijn wandelschoenen aan en kluskleren. Als de mensen weer in het land der levenden komen, weet ik Ajang nog te regelen, een Chinese vriend. We verzamelen om 10.00 uur. Sebas, een collega van het Straatbakkie, is er, Farshid, een van mijn leerlingen uit Iran, en de ad hoc aangesnelde Ajang.
Ik vraag mijn buurman Vlady, een Bulgaar, zijn auto te verplaatsen en hij biedt spontaan aan mee te sjouwen. Er is echter vooralsnog één probleem. Bert staat bij het autoverhuurbedrijf op het Savornin Lohmanplein in een rij van een man of twintig. De balie is onderbezet.
We drinken koffie in mijn aangeharkte woonkamer. Sebas stelt voor alles maar vast de twee trappen naar beneden te tillen. Gelukkig is het mooi weer. Een stuk of 6 kasten, drie stoelen, bed, vier spiegels, wasmanden, prullebak, fiets, keyboard, bureau, strijkijzer, hutkoffer, keukentrap, een houten bank en 45 dozen.
De houten bank is goed zwaar en we proberen hem door het trappenhuis te geometreren. Dit gaat op geen enkele manier en ik herinner me nu dat Hans, de vorige eigenaar van mijn appartement bij de notaris zei: “We hebben je nog een bank cadeau gedaan.” Nu snap ik waarom, hij liep tegen hetzelfde opstakel op. Sebas is echter niet voor één gat te vangen en laat hem met twee aan elkaar gebonden veel te dunne touwen uit het raam zakken. Ik sta op straat en plots roept Sebas: “Mijn vinger zit tussen heet touw!”. Ik schrik me wild. “Au, au, au!”
Net op tijd weet Farshid het gevaarte iets omhoog te trekken en Sebas’ vinger is weer vrij. Voor alle duidelijkheid, dit is een overzekerde verhuizing. Het ding gaat een paar meter langs de gevel omlaag maar blijft met de onderkant steken op de vensterbank van de eerste verdieping. Ik vrees alweer met groten vreze dat het ding door een ruit vliegt of te kletter plettert, maar Vlady pakt een lange plank van mijn rode Lundiaboekenkast en geleid de bank in de vrije neergang.
Om 12.00 uur arriveert de bus met Bert aan het stuur. Allereerst spiegels erin, op mijn matras en met dekbedden en slaapzakken tussen elkaar. Dan die bank, waar een perfecte bergruimte in zit onder het zitvlak. We tetrissen alles erin en dan komt Andries aanrijden. Ik herken hem niet meteen in zijn nieuwe auto. Pas een paar uur eerder kwam ik erachter dat hij zijn verjaardag opoffert voor het faciliteren van mijn vertrek uit Nederland. Voordeur dicht, rijden.
Ergens onder Rotterdam bij een tankstation gaan we zitten voor koffie en broodjes. Het dreamteam is nu gereduceerd tot Andries, Bert, Sebas en mij, nummer twee en drie in de bus, nummer één en vier in de personenauto. De bus was trouwens kleiner dan de bestelde, die gisteren kaduuk ging… Het past allemaal nèt. Andries draait de Dire Straits.
Via Bergen op Zoom rijden we Antwerpen binnen door Park Spoor Noord. Als de bus even halthoudt en wij erachter en Sebas nogmaals de bestemming verifiëert door het raam bij mijn bijrijdersstoel, wordt hij vrijwel direct aangesproken door een allochtone Belg die ik maar snel op zijn gemak stel. Aangekomen voor mijn nieuwe huis besluiten we de bus op de stoep aan de overkant te parkeren en zo snel mogelijk te legen. Als eerste sleep ik mijn fiets en mijn piano de zes trappen op. Binnen de kortste keren ligt de hele straat vol met mijn huisraad. Tegen de bakkerij ligt mijn hutkoffer, ieder die hem opendoet, kan mijn labtop eruit pakken maar goed, niemand gaat ertoe over.
Michels zei na de halve EK-finale in ‘88 tegen West-Duitsland: “We hebben niet gewanhoopt”. Dat motto gold helaas niet voor deze 19 april 2025.
Andries kwam alleen op en neer rijden, Bert eigenlijk ook, parkeert de bus heimelijkerwijs op een invalideparkeerplaats. Dus ik sjouw met Sebas, Chanan en Angelo welke laatsten een stuk ouder zijn dan ik. Chanan, Angelo en Ferry zijn mijn Belgische hulptroepen. Ferry arriveert wat later en “neemt de dozen aan” bij de deur en zet ze in het smalle gangetje. Hij heeft de afgelopen nacht niet geslapen. Als ik alle rommel zie, bezit is ballast, op straat en in de gang, overvalt me inderdaad de wanhoop. Drie verdiepingen maar met flinke hoogten en zes trappen… Maar Sebas wil nergens van weten, wil ook niet pauzeren maar doorpakken. Rotterdammers, je hebt er goeie bij… ;:. De houten bank is wederom de grootste uitdaging waarbij de complexiteit van het bouwen van de piramides in het niet valt.
Om vier uur staat wonder boven wonder alles in mijn studio, ik haal drankjes aan de overkant, Bert heeft een gebraden kippetje gehaald, ik haal mijn vier asbakken uit een doos en we evalueren de dag. Sebas wenst me veel geluk in Borgorocco.
Sabbat
Telefonisch heb ik een afspraak gemaakt voor een tweede bezichtiging van de studio nadat de eigenaresse mijn mail uit haar spambox heeft gevist. Vrijdagavond pak ik een terrasje met Andrei. Als ik later alleen ben, ontmoet ik Chanan die werkte als professor Filosofie en Theologie in Jeruzalem. Zijn eerste vrouw is opgeblazen bij een bushalte, daardoor werden hun kinderen uitgesloten van de dienstplicht. Wanneer Iran en Israël in een militair conflict terechtkomen, melden zij zich desalniettemin als reservisten.
‘s Ochtends op dag zeven van mijn queeste, zit ik tegenover het hotel tegen het station op een stenen gevelbankje wanneer ik aan de praat raak met Rachid. Hij is dakloos en wees. Hij garandeert me dat de tweede bezichtiging zal leiden tot een contract, want: hij heeft voor me gebeden en de dua’s van weeskinderen worden altijd verhoord. Ik tuimel wat door de dag en ga met een omweg naar de studio.
Als ik voor de deur sta te wachten, raak ik aan de praat met Ferry. Na een tijdje arriveert het echtpaar dat eigenaar is. Ze zijn nog een tweede huis ter verhuur aan het opknappen momenteel. Hij is loodgieter, zij spreekt alleen Engels. Zijn ouders zijn gevlucht uit Tibet, te voet over de Hymalaya naar Nepal waar hij geboren is.
Vanwege het hoge plafond en de leuke buurt, besluit ik de woning te huren. Het enige raam in de grote kamer zit lager dan ik dacht. Je ziet de daken van de huizen aan de overkant. Bij het inrichten zet ik er een trapje bij, als ik daar opsta, kan ik zien of de winkels aan de andere kant van de straat open zijn.
We bespreken het contract en brengen enkele wijzigingen aan. Dan maken we een afpraak voor zondag om te tekenen als de papieren zijn gecopiëerd. Exact een week na mij aankomst, ben ik weer huurder. Maandag pak ik de trein naar Den Haag om verder te gaan inpakken en opruimen.
Op straat 2
De makelaar van de Kipdorpvest belde me, zoals vermeld, en vertelde dat de andere kandidaat had gehapt dus deze ging aan mijn neus voorbij. Ik heb nog twee bezichtigingen: nog een op de Kipdorpvest en een studio vlakbij de Meir.
De studio is echt te klein want heeft hooguit ruimte voor een bed en een tafel. Het is in een winkelcentrumpje met erboven woningen maar erg gedateerd en het zou me niet verbazen als het snel gesloopt wordt en de huurbescherming in België is niet zo sterk als in Nederland. Het andere appartement is netjes. Nadeel: de straat ligt open dus op korte termijn erheen verhuizen zal moeilijk zijn. De makelares is te laat vanwege een file, en dan sta je buiten te wachten met de andere kandidaten die eigenlijk concurrenten zijn. Je doet beleefd maar hoopt natuurlijk dat jij een huurcontract binnensleept en zij niet.
Dit speelde allemaal vrijdagmiddag.
Vrijdagochtend ga ik naar de receptie om mijn reservering van vrijdag tot dinsdag te betalen. De Terror-Latino zit achter de balie. In eerste instantie meldt hij me tamelijk ongeïnteresseerd dat mijn reservering niet in de agenda staat. Ik leg uit dat ik bij zijn collega heb gereserveerd voor vier extra nachten.
“Er staat niks in de agenda en we zitten vol.” Waar heb ik dat eerder gehoord? Als ik doorvraag, valt hij door de mand en wordt mij toegeblaft dat ik vanwege mijn “attitude yesterday” -toen ik het opnam voor Angelo en Andrei- op de zwarte lijst sta en nooit meer welkom ben in het Antwerp City Hostel.
Ik besluit verder maar geen energie aan dit kleine dictatortje te verspillen en ga naar mijn kamer en boek een bed in A&O, pak mijn tas in, vertrek zonder mijn toegangspasje in te leveren en plof neer op de houten banken voor de deur. Déjà vu.
Omdat ik geen zin heb om te lopen of met de metro te gaan, laat ik een taxi komen die ‘s morgens gewoon de Grote Markt op mag komen rijden. Vrij snel na aankomst bij A&O kom ik Andrei en later ook Angelo tegen. Mijn kamer deel ik met Paolo die bij zijn vriendin wegmoest vanwege haar kinderen en die hier wacht tot hij terug mag komen. En met Bilal uit Wenen.
Achteraf wel lekker om in een ander deel van de stad terecht te komen. Ik mis wel de keuken in het hostel. Hier kan ik slechts mijn eigen koffie maken met mijn brandertje maar niet koken.
Vrijdagavond krijg ik een telefoontje van de eigenares van de studio in de Seefhoek. Mijn email was in haar spambox terecht gekomen en ze had hem nu pas gezien. We maken een afspraak voor zaterdagmiddag. Spannend.
Op straat
Donderdag belt de makelaar van de Kipdorpvest dat de andere kandidaat het appartement zal gaan huren. Dat is een tegenvaller. Verder, voor vrijdag, staan er twee bezichtigingen gepland.
Ik wandel naar Zuid en ga koffie drinken bij café de Baron op de Marnixplaats. Een hoog standbeeld in het midden en acht straten die stervormig in alle richtingen vertrekken. Hier hebben we tijdens de Coronalockdown met de vrienden een hele leuke avond gehad. Wij hadden het weekendje al een tijd gepland, uiteindelijk viel het in een Nederlandse lockdown terwijl in België alles open was. Resultaat: Antwerpen was op dat moment een Nederlandse kolonie. Maar café de Baron gelukkig niet.
We hadden een hotelletje in de Joodse wijk. Onder andere gegeten bij the John’s. Gedronken in het Toneelhuis tegenover Louis Vuitton waar een lange rij stond. In het restaurant kregen we af en toe wat bedenkelijke blikken van twee lesbiënnes iets verderop, waarschijnlijk omdat we te luidruchtig waren. Iets wat wel vaker voorkomt, zoals de trouwe lezers zich wellicht kunnen herinneren.
Zaterdagavond in het hotel nog even nahangen op een van de kamers. Roel keert Rogier of andersom, een hand noten in een bed als represaille. Til kalmeert de boel, Rogier spoelt een rare drijvende substantie door de wc-pot welke later zijn sokken blijken te zijn.
Eind van de middag zit ik bij Sabatino, de Italiaan aan de overkant van de Grote Markt, tegenover Antwerp City Hostel, in de zon als Angelo aan komt lopen. Ik roep hem en schrik even als hij zich omdraait. Hij heeft twee blauwe ogen.
Ik hoef weinig vragen te stellen, hij begint meteen te praten. Hij is vanmorgen wakker geworden in het ziekenhuis op het “Eilandje” in de oude haven. Hij kan zich niet herinneren wat er gebeurd is. Behalve blauwe ogen is zijn neus gekneusd en heeft hij pijn aan zijn schouders. Zijn telefoon is weg net als al zijn pasjes. En oja, de zuster was lekker!
Ik vermoed dat hij op zijn neus geslagen is en achterover op zijn rug gevallen is. Hij komt tot rust met een biertje. Gisteren had hij er ook een paar op. We rollen van verhaal naar verhaal en raken tevens aan de praat met een gesoigneerde lange slanke Oost-Afrikaan met een blonde vriendin.
Na een paar drankjes gaan we naar het hotel, ik doe de deur open met mijn pasje. We hebben Andrei ook opgepikt voor het hostel. We gaan naar de receptie voor een nieuw pasje voor Angelo. Aldaar begint een klein Braziliaantje te schreeuwen en te gesticuleren naar zowel Andrei als Angelo. “You two, get your luggage and get out!!”. Ze vragen waarom, maar krijgen geen antwoord en de Zuid-Amerikaan begint nog harder te schreeuwen, dat ze geluk mogen hebben dat ze hun tas nog mogen meenemen. Hij beweert ondertussen dat het hostel vol is, maar later blijken er alleen al op mijn kamer nog twee bedden vrij te zijn.
Ik probeer te vragen waarom ze weg moeten maar krijg geen antwoord behalve de VOL=VOL-smoes. Als ik vraag of we iets kunnen regelen, blaft hij: “You want to run this hotel?” Mijn twee maatjes worden als honden op straat gezet. Ik loop maar mee en beduusd staan we met hun bagage even later voor het hostel.
Iemand heeft gehoord dat A&O-hostel wel ok is. Ik kijk op booking.com en boek in twee etappes voor hen allebei een bed daar. Daar blijft het niet bij. Andrei heeft alleen contant geld en Angelo heeft helemaal geen geld dus ik moet mee naar hun volgende onderkomen om te betalen.
We sjokken naar de Groenplaats en pakken zwart de eerste metro -of ondergrondse tram- naar het station. Daarnaast ligt A&O in de Pelikaanstraat oftewel de Pelikaan. We moeten even wachten tot we aan de beurt zijn en de receptionist is niet de makkelijkste maar we slikken zijn makken want we hebben hem nodig momenteel. Dan neem ik afscheid van de mannen en wandel terug naar de Grote Markt. Het is alweer laat voor me. Ik heb me boos gemaakt en de adrenaline moet nog dalen voordat ik in slaap val. Gelukkig slaap ik goed want vrijdagmorgen ben ik het volgende slachtoffer van de Terror-Latino.
Aankomst Antwerpen
De receptionist van het Antwerp City Hostel staat buiten te roken en laat me binnen en opent de receptie voor me die eigenlijk dicht is rond deze tijd. Hij checkt me in en ik beklim de trappen naar mijn slaapzaal. Als het even kan, vermijd ik liften. De inrichting is vrolijk en kleurrijk. Mijn zaaltje biedt plaats aan vier stapelbedden, er zijn geen gordijnen en als je het raam uitstapt, kom je op een steiger terecht die de noodtrap voorstelt voor in geval van nood dus.
Een Spanjaard en een Latino zijn hier al langer en zoeken naar werk. Ook Andrei, een Roemeen, zoekt op zijn mobieltje naar een baan. Alledrie zoeken ze vooral in Nederland. Andrei vertelt hoe hij zijn eerste baan ooit in Nederland kreeg zoveel jaren terug en toen hij na een week werken driehonderd euro in zijn handen kreeg gedrukt, hij begon te huilen.
Verder is het rustig. Een verdwaalde backpacker uit Australië. In de kelder is een keuken en een bar waar ontbijt wordt geserveerd. Meestal kook ik wat pasta ‘s avonds in de keuken. Op mijn bed en in de eetzaal/keuken speur ik het internet af. De meesten hier zoeken werk, ik zoek een huis. Ik reageer op alles wat enigszins acceptabel lijkt.
Verder zijn de dagen redelijk saai. Een avond kom ik in het appartement terecht van een Colombiaanse vertegenwoordiger van koffiebonen, volgens hemzelf de beste ter wereld na de cervet. Ik ga een keer naar de sauna, praat met de werkzoekenden hier, een enkeling vult de tijd met de leegte van de drank.
Als ik op een van de bankjes zit op de Grote Markt voor het hostel, komt er een goedmoedige Brabander aangelopen en we hebben meteen een soepel gesprek. Hij blijkt ook in het hostel te verblijven vannacht en is een zogenoemde Nederbelg waaarvan er alleen in Antwerpen al 50.000 rondlopen. Overigens net zoveel als er wachtenden zijn voor een sociale huurwoning in deze stad. De brabo heet Angelo.
Elke ochtend stromen de vrachtwagens van de brouwerijen de oude binnenstad in om de terrrassen nat te zetten die eind van de middag door de toeristen en Antwerpenaren weer worden drooggemaald. Bij de Italiaan aan de overkant kun je lekker in de zon zitten.
‘s Woensdags heb ik drie bezichtigingen. Het eerste appartement is prachtig, op de hoek van de Kipdorpvest op 1 hoog tegenover café den Engel. Tiptop onderhouden, balkon, mooie badkamer, L-vormige kamer met aparte keuken. Er is één andere kandidaat die ‘s avonds uitsluitsel zal geven. Het is niet goedkoop maar mooi en supercentraal. In het trappenhuis op weg naar buiten, scharrelt er een duif over de treden.
Daarna een studio in de Seefhoek die niet kan tippen aan de bezichtiging van ‘s ochtends. ‘s Avonds een appartement bij de Nationalestraat. Rommelig, zowel de indeling als de algehele toestand van de roerende zaken van de bewoonster. Heel veel kandidaten, verouderd, wel redelijk geprijsd. Ik heb het snel gezien.
Als ik de deur uitloop en het pleintje oversteek, word ik aangesproken door Christoff en Alex. Christoff heeft een jonge, sterke hond bij zich die de lijn gespannen houdt. Nederland kennen ze vooral van de routes naar de dichtstbijzijnde coffeeshops over de grens. We lopen samen richting centrum, Alex draait lopend een jointje. Christoff trakteert op drankjes uit de avondwinkel en we strijken neer op een terras wat eigenlijk gesloten is.
Als de we Grote Markt oplopen, wordt de hond woest wanneer hij een porseleinen beeld ziet staan van een kat. Hij staat er vijf minuten naar te grommen.
Inmiddels is het koud en moet ik pissen. Ik wissel nummers uit met Christoff en neem afscheid en kruip het hostel in. Latertje voor me, zo voorbij negenen. Morgen gezond weer op!
Marseille
Hoewel niet langdurig ben ik tweemaal eerder in Marseille geweest. Een keer met de trein, ongeveer een werkdag reizen vanuit Nederland, een keer lopend. Na anderhalf jaar lopen en 48 jaar in Nederland, dunkt het me tijd mijn biezen te pakken en maar eens te emigreren. Hiertoe pak ik op maandag rond het middaguur de Flixbus op Den Haag Centraal die me in zo’n 24 uur naar de Zuid-Franse havenstad brengt die me prettig heeft verrast en vermoedelijk niet snel zal vervelen.
Naast het station Saint Charles stap ik uit en ga de iconische brede en hoge trappen af die je zo ongeveer op zeeniveau brengen. In de Vieux Port kan ik het hostel in met een code en de vierde verdieping tref ik Oen in de woonkamer. Hij slaapt aldaar en niet in zijn stapelbed vanwege “kleine beestjes”. Dat belooft niet veel goeds. Oen is Koreaan en gespecialiseerd in het spannen van netten over bergen die voorkomen dat er gesteente op wegen en dergelijke terechtkomt. Overigens heb ik geen enkele nacht last gehad van kleine beestjes.
Ik fris me op en ga meteen naar een makelaar die ik online heb gezien en die een studiootje aanbiedt met een patio. Daar word ik naar de eerste verdieping verwezen, afdeling verhuur, en een dame legt uit dat ze de sleutel nog niet hebben en verwijst me verder naar de website. De volgende dag meld ik me weer en de lijst met kijkers voor de studio is inmiddels vol.
Ondanks dat het een graad of 20 is, is het benauwd in de stad in haar smalle straten met veel reliëf. In het hostel is veel verloop, de meesten slapen er maar een nachtje. Wat Arabieren, Europeanen en een jongen uit Madagaskar. ‘s Avonds is het wel eens bal, qua drank en volume van de conversaties, maar daar slaap ik behoorlijk doorheen.
Hoewel ik een en ander aan papieren heb meegenomen, zijn de eisen die de meeste makelaars stellen alleen al voor registratie op hun website hoog. Inkomensbewijs van de afgelopen drie maanden en hetzelfde van iemand die garant staat voor de huurpenningen. Ik speur websites af, schrijf me in bij makelaars, maar puntje bij paaltje heb ik na een kleine week nog geen bezichtiging gehad. Ook is het aanbod prijziger dan ik had ingeschat, ook omdat ik iets in het centrum zoek. Bepaalde wijken van Marseille hebben nogal een reputatie.
Ik besluit aan het einde van de week niet verder te zoeken en boek een buskaartje naar huis, gedesilusioneerd en zonder concreet plan voor de komende jaren. Mijn huis is Den Haag moet ik over twee weken uit.
Zaterdagmiddag wacht ik op Saint Charles op de Flixbus en omdat ik niet goed oplet, mis ik hem bijna. Gelukkig komt de chauffeur naar me toe en vraagt of ik met hem mee moet. De rit gaat naar Parijs. Het is altijd spannend of de wc gebruikt kan worden aan boord en net zo onzeker zijn de mogelijkheden om je telefoon op te laden. Als de wc dicht is, stopt de chauffeur wel regelmatig.
In Parijs overstappen in een grote garage naast een park bij de Seine op de bus naar Reisel. Onderweg daarnaartoe zit ik naar mijn ticket te staren en denk: “Waarom stap ik niet uit in Antwerpen?”. In Lille een tijdje wachten op de aansluiting en niet lang daarna stap ik op Antwerpen Linkerover (van de Schelde) de bus uit. Ik geef de chauffeur een seintje dat ik er eerder dan gepland uit ga. Ik heb een paar keer opgevangen dat huren in België niet te lastig en niet te duur is.
Ik ren om een tram te halen die in een tunnel onder de rivier door de stad inrijdt en stap uit op de Groenplaats. Ik wandel door het volle centrum naar de Grote Markt en neem mijn intrek in het Antwerp City Hostel. Vrijdag en zaterdagavond is er een feestkroeg open op de begane grond maar dan zal ik alweer blijken te zijn vertrokken…